Naar de inhoud

Corestability en de buikspieren.

Je hebt vast weleens de term corestability gehoord. In gewoon Nederlands rompstabiliteit. Maar waar hebben we het dan eigenlijk over? Wat is rompstabiliteit? Wat is de rol van de buikspieren hierin?

Stabiliteit is gebaseerd op 3 onderdelen;

Passieve stabiliteit

De vorm van de gewrichtsoppervlakken en de banden erom heen. Het ene gewricht is in aanleg stabieler dan het andere. Hoe beweeglijker een gewricht, hoe minder passieve stabiliteit. Het heupgewricht bijvoorbeeld, is een heel stevig gewricht. De kop van het bovenbeen past perfect in de kom. De gewrichtsoppervlakken van de bekkengewrichten (SI-gewrichten) echter zijn vrij vlak. Er zitten wel richels en groeven in de oppervlakken, maar het blijft een minder stevig geheel. Je kunt wel bedenken dat de “vormsluiting” veel geringer is dan die van de heup. Als je hypermobiel bent, is je passieve stabiliteit dus verminderd. Je kan hypermobiel zijn in 1 of in meerdere gewrichten. Het betekent eigenlijk dat je heel lenig bent omdat je lange banden hebt. Wist je dat het bekken van een vrouw na het baren van een kind van minstens 5 pond, nooit meer zo stabiel wordt als voorheen? Sommige gewrichtsbanden van het bekken zijn definitief opgerekt. Hierdoor zit er meer speling in de gewrichten. Ook slijtage van een gewricht kan instabiliteit veroorzaken. Het kraakbeen wordt dunner bij slijtage. De botstukken komen daardoor dichter bij elkaar. De banden worden daardoor relatief te lang. Als het slijtage proces snel (binnen een paar jaar) verloopt, krijgt het lichaam niet de kans zich aan te passen. Bij slijtage van de tussenwervelschijven van de wervelkolom verdwijnt soms een centimeter kraakbeen!

Actieve stabiliteit door spieren; krachtsluiting

Dan hebben we het over de spieren die direct om het gewricht heen zitten, dus kort zijn, en die maar over 1 gewricht lopen (monoarticulaire spieren). Waarom juist deze spieren? Dit kan ik uitleggen met een voorbeeld. Stel je hebt 10 schoenendozen opgestapeld. Je pakt de onderste doos op en gaat met de stapel dozen lopen. Grote kans dat ze gaan schuiven ten opzichte van elkaar en vallen. Ik kan 4 elastieken (aan elke kant 1) vastmaken van de onderste naar de bovenste dozen, maar dat blijft wat wankel. Beter werkt het, als ik elke doos met 4 elastiekjes vast maak aan de volgende doos. Dan blijven de dozen stevig op elkaar gestapeld. Daaromheen kan ik de langere elastieken laten zitten. Dat zouden dan de langere, meer oppervlakkige spieren zijn.

Aansturen van de spieren door de hersenen en zenuwen

De betrokken spieren moeten aanspannen op het juiste moment met de juiste hoeveelheid spanning. Dit gebeurt via de hersenen en zenuwen. Uiteraard moeten de hersenen wel goed op de hoogte zijn van de spanning in de spieren en over de stand van het gewricht. Anders kan er niet goed gestuurd worden! Er zitten “voelsprieten” in de banden, pezen en spieren die deze informatie doorgeven aan het zenuwstelsel. Dit is van belang bij alle bewegingen die we maken en bij het regelen van de basisspanning bij liggen, zitten en staan. Deze voelsprieten (dit noemen we propriosepsis) werken niet goed bij bijvoorbeeld beschadiging van de banden, bij vocht in het gewricht, bij pijn en bij (over)vermoeidheid.

Het mag duidelijk zijn dat je bij pijn en (over)vermoeidheid makkelijk in een vicieuze cirkel komt.

Slechte stabiliteit zorgt voor overbelasting van gewrichten, banden en spieren. Dit uit zich in pijn. Door pijn en vermoeidheid krijg je ook nog eens een verhoogde spierspanning en een minder efficiënte ademhaling.

Met welke spieren stabiliseren we de rug en het bekken?
In mijn blog van 19 november over buikspieren en zwangerschap heb ik de zogenaamde dwarse buikspieren (m. transversus abdominis) al genoemd. Deze lopen van de ene naar de andere bekkenhelft en houden het bekken bij elkaar. Als je deze spieren aanspant, doen kleine spieren om de wervelkolom gelijk mee (m. multifidi). Dit zijn 2 spiergroepen die samen met het middenrif en de bekkenbodemspieren betrokken zijn bij de stabiliteit van de romp en het bekken. Belangrijk om je te realiseren, is dat iedereen verschillend is. De ene rug/bekken klacht en persoon is de andere niet. Elke klacht kan andere oorzaken en gevolgen hebben en iedereen zet verschillende compensatie mechanismen in. Dat wil zeggen dat het voor Piet wellicht wel zinvol kan zijn om de buikspieren te trainen maar dat bij Jan andere zaken misschien prioriteit hebben. Ik beschrijf in mijn volgende blog hoe je de buikspieren op de goede manier aan kunt spannen en trainen. Corestability en de buikspieren 2.

logo-kp
logo kinderoefentherapie
Netwerk Chronische Pijn
logo-kp